Het kabinet kwam deze week met een actieplan van de Taskforce Versnelling Woningbouw. De provincie Utrecht verwelkomt deze stap om de woningbouw te versnellen. Tegelijkertijd is er meer nodig om voldoende betaalbare woningen daadwerkelijk en op tijd te kunnen bouwen.
Tot en met 2035 stelt het Rijk € 7 miljard beschikbaar voor woningbouw, waarvan bijna € 1 miljard voor grootschalige woningbouwlocaties. Ook krijgen woningcorporaties meer investeringsruimte en komt er meer ruimte voor private investeringen in woningbouw.
De extra middelen zijn een belangrijke eerste stap. Maar provincies gaven eerder al aan dat er landelijk minstens € 4 tot € 5 miljard per jaar nodig is om de woningbouw en de daarvoor noodzakelijke randvoorwaarden voldoende te ondersteunen. De aangekondigde investeringen van het Rijk zijn daarom niet genoeg om de grote opgave het hoofd te bieden.
Randvoorwaarden zijn cruciaal
In de provincie Utrecht moeten de komende jaren tienduizenden woningen worden gebouwd. Om die woningen daadwerkelijk te realiseren, is meer nodig dan geld voor de woningen zelf. Bouwpprojecten lopen onder meer tegen netcongestie, stikstofregels, bereikbaarheid en een tekort aan uitvoeringscapaciteit aan. De provincie werkt samen met alle betrokken partijen aan oplossingen, om vertraging waar mogelijk te voorkomen. Het actieplan van de Taskforce Versnelling Woningbouw richt zich ook op het wegnemen van belemmeringen en het verbeteren van de voorwaarden voor woningbouw. De gezamenlijke provincies zien dit als een goede, noodzakelijke stap, maar tegelijkertijd blijven structurele Rijksinvesteringen nodig om de woningbouw daadwerkelijk te versnellen.
Die boodschap sluit aan bij de oproep die de provincie Utrecht rond Prinsjesdag deed: zorg niet alleen voor ambities, maar ook voor de financiële en praktische voorwaarden. Alleen door woningbouw en randvoorwaarden in samenhang aan te pakken, kunnen plannen sneller worden omgezet in betaalbare en passende woningen.